sdf

sdf

sdf

sdf

dfgdfg

dgdf

sdf

sdf

GRIP : Wat houdt het in?

Regelmatig ziet u in artikelen van ons dat de hulpdiensten bijvoorbeeld GRIP1 hebben afgegeven, of in sommige gevallen zelfs GRIP2, GRIP3 of GRIP4. Maar wat houdt dit GRIP precies in? In dit artikel hopen wij hierover meer duidelijkheid te verschaffen.

Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure (GRIP) is de naam van de werkwijze waarmee bepaald wordt hoe de coördinatie tussen hulpverleningsdiensten verloopt. GRIP is dus een bestuurlijke opschaling. De opschaling in het veld, dus de hoeveelheid personeel dat ter plaatse nodig is, is niet van toepassing op het GRIP-niveau. Zo kan een Grote Brand geen GRIP-opschaling kennen, terwijl er bij een buitenbrand kan worden opgeschaald naar GRIP2 als er bijvoorbeeld sprake is van een groot effectgebied.

GRIP0 - De dagelijkse routine

Bij normale incidenten kunnen de hulpdiensten de communicatie onderling afstemmen. Als er sprake is van incidenten met een beperkte omvang, zoals een kleine brand of een niet al te ernstig ongeval, overleggen en coördineren de hulpdiensten ter plaatse hoe ze het incident gaan aanpakken. Dit overleg op de plaats van het incident wordt ook wel motorkapoverleg genoemd. Er is dan dus sprake van GRIP0, de dagelijkse routine.

GRIP 1

Bij GRIP1 gaat het om een incident waarbij goede afstemming tussen de hulpdiensten noodzakelijk is. De Officieren van de verschillende diensten, brandweer, politie en ambulance/GHOR, vormen samen met een persvoorlichter van de politie en een voorzitter het Commando Plaats Incident (CoPI). Het CoPI kan eventueel aangevuld worden met officieren uit andere disciplines, zoals bijvoorbeeld Rijkswaterstaat, de gemeente of ProRail.

GRIP 2

Bij een incident dat gevolgen heeft voor de omgeving (bijvoorbeeld door een gaswolk, hevige stankoverlast, noodzaak tot ontruiming van gebouwen) wordt GRIP 2 van kracht. Er is dan dus sprake van een effectgebied. Dan komt naast het COPI ook het Regionaal Operationeel Team (ROT) bijeen. In het team zitten vertegenwoordigers van brandweer, GHOR en politie aangevuld met een voorlichter, een functionaris informatievoorziening en een secretaris. Het ROT staat onder voorzitterschap van een operationeel leider, die 'ontkleurd' is. Dit betekent dat hij als voorzitter niet aan één specifieke hulpdienst is verbonden. Als het voor de afhandeling van het incident noodzakelijk wordt geacht kunnen ook vertegenwoordigers van andere organisaties (bijv. Rijkswaterstaat, een nutsbedrijf of Defensie) deel uitmaken van het ROT.

GRIP 3*

Als er sprake is van een gemeentelijke ramp wordt GRIP3 afgekondigd. Het volledige ROT en Gemeentelijk Beleidsteam (GBT) komen bijeen. De hulpverleningsdiensten (brandweer, politie, GHOR) bemensen hun actiecentra en in de desbetreffende gemeente wordt het Gemeentelijk Rampenmanagementteam (GRMT) bij elkaar geroepen om de gemeentelijke processen uit te voeren, zoals de opvang en verzorging van evacués en het registreren van slachtoffers. De Commissaris van de Koningin (CdK) van de betreffende provincie wordt geïnformeerd. Tevens wordt de Minister van Binnenlandse Zaken via het Nationaal CrisisCentrum (NCC) geïnformeerd.

GRIP 4*

Er is sprake van GRIP 4 wanneer meerdere gemeenten betrokken zijn bij of getroffen worden door een ramp. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan een rookwolk die ontstaat als gevolg van een brand in Nijmegen, en waar de inwoners van dorpen uit Gelderland-Midden last van hebben. In plaats van een GBT wordt nu een Regionaal Beleidsteam (RBT) gevormd dat onder voorzitterschap staat van een coördinerend burgemeester. Het RBT komt in principe bijeen in het gemeentehuis in Nijmegen.

Een verkeersongeval op de gemeentegrens betekend niet automatisch dat GRIP4 van kracht is. Het effectgebied van het ongeval beperkt zich tot de ongevalslocatie zelf, waardoor er geen bestuurlijke opschaling nodig is.

GRIP 5

GRIP 5 komt inhoudelijk zeer overeen met GRIP 4, echter is er bij GRIP 5 sprake van meerdere betrokken Veiligheidsregio's en zal er, als uitgangspunt, sprake zijn van meerdere regionale operationele teams. Het ROT in de regio waarvan de voorzitter coördineert zal ook als coördinerend ROT optreden. Hierbij is behoefte aan multidisciplinaire en bestuurlijke coördinatie bij een (dreigende) ramp of crisis. Het effectgebied treft een meer dan plaatselijke omgeving in meerdere regio's, bijvoorbeeld een gaswolk die ontsnapt en meerdere Veiligheidsregio's doorkruist.

GRIP RIJK

GRIP RIJK wordt gebruikt wanneer er behoefte is aan sturing door het rijk in situaties waarin de Nationale veiligheid in het geding is óf kan zijn. Inhoudelijk is GRIP RIJK veelal hetzelfde als GRIP 5, echter ligt het bevoegd gezag nu bij de ministers en het MCCb (Ministeriële Commissie Crisisbeheersing). Deze commissie wordt voorgezeten door de Minister van VenJ of de Minister-President . De coördinatie op de meldkamer wordt overgenomen door het Nationaal CrisisCentrum (NCC).

* Bij GRIP 3 en GRIP 4 hoeft er niet automatisch sprake te zijn van een ramp. Bij een dreiging van een ramp kan GRIP 3 of GRIP 4 uit voorzorg worden afgekondigd om de commandostructuur alvast in te richten.

© 112Gld-zuid.nl - Alle rechten voorbehouden.
Vermenigvuldiging van dit artikel zonder schriftelijke toestemming is verboden.

©2017 - Desigend, Developed & Hosted by DreamView ICT & Internet Services